Rookmelders zijn vanaf 2020 verplicht in alle Vlaamse woningen om conform te zijn

Woningbranden eisen elk jaar tientallen mensenlevens. Meer nog dan het vuur, maakt vooral de rook tal van slachtoffers.

Die rook is verstikkend en verspreidt zich razendsnel. Vooral als er ‘s nachts brand uitbreekt, is het risico om niet tijdig wakker te worden groot. Rookmelders vormen dan ook een eenvoudige en doeltreffende bescherming tegen de gevaren van brand. Daarom verplicht de Vlaamse overheid de aanwezigheid van rookmelders in (huur)woningen. Wie in Vlaanderen een woning bouwt, renoveert of verhuurt moet sinds 1 januari 2013 rekening houden met een aantal verplichtingen over het plaatsen van rookmelders.

Vanaf 1 januari 2020 gelden deze verplichtingen voor alle Vlaamse woningen.

Welke zijn de Vlaamse rookmeldersverplichtingen?

Aan welke criteria moeten rookmelders beantwoorden? Hoe een rookmelder installeren?… Dit leest u op deze pagina of download of bestel gewoon de folder ‘Rookmelders’.

  Meer

Documenten

Regelgeving

Lees het volledige bericht

Vanaf 1 januari 2020 zijn in de tak Arbeidsongevallen enkele wijzigingen en vernieuwingen

Wijzigingen vanaf 1 januari 2020 in de tak Arbeidsongevallen

1. Kleine Statuten

Jongeren die een individuele beroepsopleiding, een instapstage of brugproject volgen waren tot op heden niet duidelijk beschermd in geval van een arbeidsongeval. Daarom heeft de overheid beslist dat vanaf 01/01/2020 alle personen die werken in het kader van een opleiding tot betaalde arbeid onder het toepassingsgebied vallen van de Arbeidsongevallenwet. Over welke opleidingen het gaat, wat de verplichtingen zijn voor de werkgever en de nieuwe soorten arbeidsongevallenvergoeding leest u hier verder. Voor jongeren die een opleiding volgen, die pas afgestudeerd of werkloos zijn, is het niet gemakkelijk om een eerste werkervaring in een bedrijf op te doen. De overheid heeft veel initiatieven genomen om hen daarbij te helpen. Het leercontract en de individuele beroepsopleiding (IBO) zijn hiervan enkele populaire voorbeelden. Die jongeren lopen in de bedrijven het risico op een arbeidsongeval, net zoals de andere werknemers. Hun wettelijke bescherming was echter tot op heden onvolledig en soms onduidelijk. Daarom heeft de overheid beslist dat vanaf 01/01/2020 alle personen die werken in het kader van een opleiding tot betaalde arbeid onder het toepassingsgebied vallen van de Arbeidsongevallenwet.

Welke opleidingen?

De personen met een leercontract (of overeenkomst alternerende opleiding en de leerlingen die een onbezoldigde schoolstage (stageovereenkomst alternerende opleiding) volgen, vielen al onder de arbeidsongevallenwetgeving. Voortaan vallen ook de volgende opleidingsovereenkomsten onder de Arbeidsongevallenwet:

  • de individuele beroepsopleiding (IBO)
  • de beroepsinlevingsovereenkomst (BIO)
  • de beroepsinlevingsstage
  • brugprojecten
  • stage-overeenkomst ondernemerschapstraject
  • stage tot kandidaat-ondernemer in een activiteitencoöperatie
  • de instapstage
  • de oriënterende stage

Fedris (de nieuwe naam voor het Fonds voor Arbeidsongevallen) heeft als taak gekregen om deze lijst van overeenkomsten up-to-date te houden en op haar website te publiceren. Je vindt deze lijst op: http://fedris.be/nl/professional/privesector/wetgeving-rechtspraak

Verplichting voor de werkgever

De overheid bepaalde voor elke van deze opleidingsovereenkomsten wie werkgever is. Werkgever kan zijn:

  • het bedrijf waarin de stage doorgaat;
  • de school die de onbezoldigde stage heeft opgenomen in haar opleiding;
  • de overheidsinstelling die de stage coördineert: VDAB of Syntra .

Op voormelde website van Fedris vind je wie de overheid als werkgever heeft aangeduid voor elke opleidingsovereenkomst. De werkgever moet voor de personen met een opleidingsovereenkomst een arbeidsongevallenverzekering nemen. Bovendien moet hij aangifte doen van begin tewerkstelling (DIMONA) en van prestaties (DMFA). Meer informatie hierover kun je terugvinden op de website van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

Twee nieuwe soorten arbeidsongevallenvergoeding

Voor de personen die werken in het kader van een opleiding tot betaalde arbeid heeft de overheid 2 nieuwe vergoedingsregelingen opgenomen in de Arbeidsongevallenwet (F1 en F2) die afwijken van de normale regeling in arbeidsongevallen. Elke opleidingsovereenkomst valt onder een van die 2 nieuwe regelingen. Afwijkende vergoedingsregeling F1:

  • kenmerken
    • de ongevallen tijdens de theoretische opleiding en de praktijkopleiding in het bedrijf en de ongevallen op de weg naar en van deze opleidingen zijn verzekerd;
    • medische kosten zijn ten laste van de AO-verzekeraar, volgens RIZIV-barema;
    • tijdelijke arbeidsongeschiktheid: wordt vergoed op basis van een forfaitair basisloon dat gelijk is aan het gewaarborgd gemiddeld minimum maandloon x 12;
    • blijvende arbeidsongeschiktheid: wordt vergoed op basis van een forfaitair basisloon dat gelijk is aan het gewaarborgd gemiddeld minimum maandloon x 18.
  • van toepassing op bijvoorbeeld:
    • het leercontract of overeenkomst alternerende opleiding;
    • middenstandsopleiding tot ondernemingshoofd;
    • individuele beroepsopleiding (IBO).

Afwijkende vergoedingsregeling F2:

  • kenmerken
    • enkel de ongevallen tijdens de praktijkopleiding in het bedrijf en de ongevallen op de weg naar en van deze praktijkopleiding zijn verzekerd;
    • enkel het remgeld van de medische kosten is ten laste van de AO-verzekeraar; tijdelijke arbeidsongeschiktheid: wordt niet vergoed;
    • blijvende arbeidsongeschiktheid: wordt vergoed op basis van een forfaitair basisloon dat gelijk is aan het gewaarborgd gemiddeld minimum maandloon x 12
  • van toepassing op bijvoorbeeld:
    • onbezoldigde schoolstage;
    • beroepsinlevingsovereenkomst:
    • oriënterende stage.

Voor meer informatie rond deze wijzigingen kunt u steeds terecht bij ons terecht! Bel 011/293 080 of stuur een e-mail

Bron Baloise

Lees het volledige bericht

Update fiscale optimalisatie – een extra pensioenkapitaal opbouwen met de Pensioenovereenkomst voor zelfstandigen (POZ)

Sinds vorig jaar kunnen zelfstandigen met een eenmanszaak (zonder vennootschap) naast het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen een extra pensioenkapitaal opbouwen met de ‘Pensioenovereenkomst voor zelfstandigen’ (POZ).

De voordelen van de Pensioenovereenkomst voor zelfstandigen (POZ)

  1. 30% belastingvermindering,
  2. een aanvullende bescherming van het gezin en inkomen mogelijk,
  3. de mogelijkheid om te kiezen voor een tak 21 spaarverzekering en/of voor een tak 23 beleggingsverzekering, deze laatste formule is een ideale oplossing voor zelfstandigen die meer wensen te diversifiëren.

Waarom een POZ ?

De POZ is het ontbrekende stukje (aanvullend) tweedepijlerpensioen in de pensioenpuzzel voor zelfstandigen zonder vennootschap. Terwijl de zelfstandige bedrijfsleider met vennootschap al verscheidene jaren de Individuele Pensioentoezegging als oplossing heeft, bestond voor de zelfstandige zonder vennootschap deze mogelijkheid of een alternatief tot voor kort niet. De POZ komt hieraan tegemoet.

Bent u een zelfstandige zonder vennootschap (eenmanszaken), dan kan u best eerst een VAPZ onderschrijven. Het VAP blijft voor elke zelfstandige de eerste keuze gelet op de hoge fiscale en sociale recuperatie en de 0% premietaks.

Heeft u daarnaast nog financiële ruimte en laat de 80%-berekening dit toe, dan kunt u voortaan ook de POZ onderschrijven.

Uiteraard blijven ook de derdepijler-pensioenen (pensioensparen en langetermijnsparen) een uitstekende keuze voor uw aanvullende pensioenopbouw. Voor deze producten speelt de 80%-beperking overigens niet.

Voor meer informatie rond de POZ en de aangepaste 80%-regel kunt u steeds terecht bij ons terecht! Bel 011/293 080 of stuur een e-mail

Lees het volledige bericht

Pensioensparen: keuze uit 2 fiscale maximumbedragen

Door de indexatie in 2019 kunnen pensioenspaarders  kiezen tussen 2 fiscale maximumbedragen: het fiscale plafond van 980 euro met een fiscaal voordeel van 30 % of het fiscale plafond van 1.260 euro met een fiscaal voordeel van 25 %.

Wat is duaal pensioensparen

Voortaan kan u jaarlijks een keuze maken omtrent zijn fiscaliteit voor uw pensioenspaarplan.

1/ u kiest voor een jaarlijks spaarbedrag kleiner of gelijk aan het fiscale maximum van 980 EUR. In dit geval geniet u een belastingvermindering op de spaarpremie van 30%.

2/ of u kiest voor een spaarbedrag hoger dan 980 EUR, tot maximum 1 260 EUR. In dit geval geniet u een belastingvermindering op de spaarpremie van 25%. Die uitdrukkelijke keuze om meer dan 960 EUR te sparen zal elk jaar opnieuw door de cliënt moeten gemaakt worden.

Lagere bedragen dan 1.260 EUR kunnen immers resulteren in een lager fiscaal voordeel dan bij het fiscale regime van 30%. Daarom adviseren we om steeds het fiscale maximumbedrag te kiezen. Door te opteren voor het maximale jaarlijkse bedrag van 1.260 euro verhogen de toekomstig aanvullend pensioenkapitaal aanzienlijk.

Wat is mijn fiscaal voordeel?

  • Stortingen tot 980,00 euro genieten een belastingvermindering van 30% op het volledige bedrag (maximaal 294 euro + gemeentebelasting).
  • Stortingen boven 980,00 euro genieten een belastingvermindering van 25% op het volledige bedrag (maximaal 35,00 euro + gemeentebelasting).

Welke voorwaarden gelden er?

  • Verzekeringnemer = de verzekerde
  • De stortingen moet definitief zijn en in de Europese Economische Ruimte (EER) gedaan zijn.
  • Per jaar mag er slechts op 1 pensioenspaarverzekering of pensioenspaarrekening gestort worden.
  • Een bank of verzekeringsmaatschappij mag per belastingplichtige slechts 1 rekening of verzekering afsluiten.
  • Aanvangsleeftijd: de polis moet worden afgesloten vóór het jaar waarin de verzekeringnemer de leeftijd van 65 jaar bereikt.
  • De levensverzekering moet zijn afgesloten om een rente of kapitaal op te bouwen bij leven en/of bij overlijden.
  • Looptijd contract: minimum 10 jaar.

Belasting op uitkeringen

  • Geen taks op toegekende winstdeling.
  • Levensverzekering afgesloten voor 55 jaar: Bij uitkering op einddatum (of afkoop na 60 jaar) wordt een anticipatieve taks van 8,00% geheven door de verzekeraar op de 60ste verjaardag van de verzekerde. De anticipatieve taks heeft een bevrijdend karakter.
  • Levensverzekering afgesloten (of verhoogd) vanaf 55 jaar: Bij uitkering op einddatum wordt een anticipatieve taks van 8,00% geheven door de verzekeraar op de 10de verjaardag van de polis. De anticipatieve taks heeft een bevrijdend karakter. Het tarief van 8,00% is eveneens van toepassing bij uitkering voor de 10de verjaardag van de polis en na 60 jaar, maar enkel in geval van werkloosheid met bedrijfstoeslag (‘brugpensioen’), pensionering op de normale datum of in de 5 jaar voordien. Indien niet aan die voorwaarden voldaan is, bedraagt het tarief 33%.
  • Een gedeeltelijke of volledige afkoop voor 60 jaar is fiscaal nadelig aangezien een bedrijfsvoorheffing van 33% (te verhogen met de gemeentebelasting) verschuldigd is. Deze wordt door de verzekeraar afgehouden en via de personenbelasting verrekend.

Voor meer vragen of info maak uw afspraak: bel 011/293 080 of kom langs tijdens onze openingsuren.  

 

Lees het volledige bericht

Goed nieuws: de rechtsbijstandsverzekering is eindelijk fiscaal aftrekbaar!

Slechts 10% van de gezinnen heeft een uitgebreide rechtsbijstandsverzekering die hen juridische middelen aanreikt om bij conflicten hun belangen te verdedigen. Om meer mensen toegang te geven tot het recht werkte de regering een nieuwe fiscale stimulans uit. De wet tot het toegankelijker maken van Justitie is op 5 april door de Kamer van volksvertegenwoordigers goedgekeurd.

Wat betekent dit concreet?

De wet voert een belastingvermindering in voor de premies van rechtsbijstandsverzekering die voldoen aan een aantal voorwaarden inzake gedekte risico’s, minimale dekking, waarborg en wachttijden. Deze wet komt in de plaats van de vrijstelling op de verzekeringspremie (KB 15.01.2007). Deze vrijstelling van 9,25% jaarlijkse belasting (13,32 EUR) wordt nu dus afgeschaft.

Fiscale aftrekbaarheid van polissen die minimumdekkingen aanbieden

De verzekeringsnemer kan tot 310 EUR premie per jaar inbrengen (geïndexeerd): dit kan vanaf het aanslagjaar 2020 een belastingvermindering tot 124 EUR opleveren. De wet bepaalt uitsluitend de minimale voorwaarden waaraan een rechtsbijstandsverzekering moet beantwoorden om in aanmerking te komen voor een fiscale stimulans vanwege de overheid.

Bijzondere waarborgen met een hoge schadefrequentie zoals rechtsbijstand bij arbeids- en bouwgeschillen en een eerste echtscheiding vormen een onderdeel van deze minimale dekking.

De exacte modaliteiten worden nu uitgeschreven in een koninklijk besluit. Aangezien de wet van kracht is op de eerste dag van de vierde maand volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, zullen d eerste polissen voor de late zomer of het najaar van 2019 zijn. Enkel de premies betaald nà de inwerkingtreding van de wet zijn fiscaal aftrekbaar.

De rechtsbijstand krijgt dus de wind in de zeilen!

Dankzij deze fiscale maatregel zullen nog meer mensen zich kunnen wapenen met een solide rechtsbijstandverzekering.

Interesse of vragen? Stuur een bericht naar info@assurea.be

Bron: DAS

Lees het volledige bericht


Fiscale aftrekbaarheid rechtsbijstandverzekering

De wet tot het toegankelijker maken van de rechtsbijstandverzekering is een feit.

Om de rechtspraak toegankelijk te houden, kondigde minister Koen Geens in zijn groot justitieplan een hervorming van de rechtsbijstandverzekering aan. Na een lange discussie keurde de Kamer van Volksvertegenwoordigers het wetsvoorstel goed.

Wat betekent de nieuwe wetgeving?

Fiscale aftrekbaarheid van de premie: wie de verzekering neemt, kan tot 310 EUR premie aftrekken van haar/zijn belastingen. Dit komt neer op een belastingvermindering tot 124 EUR.
Extra dekkingen: in ruil daarvoor dient de rechtsbijstandsverzekeraar zijn klanten te verzekeren tot minstens 13.000,00 EUR in burgerlijke zaken, 13.500,00 EUR in strafzaken en 6.750,00 EUR in bouwgeschillen en echtscheidingen. De vrije keuze van advocaat blijft gegarandeerd. Voor deze speciale rechtsbijstandverzekering wordt per rechtsprestatie een tarief bepaald. De advocaat krijgt voor elke zaak de keuze om zich daaraan te houden of niet.

De tarieven dienen nog te worden uitgeschreven bij koninklijk besluit. Het is nog onduidelijk wanneer dit zal gebeuren nu de verkiezingen voor de deur staan.
De wet treedt in werking op de eerste dag van de vierde maand die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Wellicht zal dit voor de late zomer of het najaar van 2019 zijn. Enkel de premies betaald nà de inwerkingtreding van de wet zijn fiscaal aftrekbaar.

 

Lees het volledige bericht

De gevolgen van een mogelijke brexit op het rijbewijs

Ik heb een Brits rijbewijs, wat moet ik doen? 

Bij een harde Brexit: 

Ben je houder van een rijbewijs van het VK dan kan je vóór 29 maart 2019 naar jouw gemeente gaan om je rijbewijs van het VK om te wisselen naar een Belgisch rijbewijs via een eenvoudige omwisselingsprocedure. Na 29 maart 2019 kan je jouw rijbewijs nog altijd omwisselen. De omwisseling van een niet-Europees rijbewijs neemt meer tijd. Het is dus sterk aan te bevelen om de omwisseling te voltooien voor 29 maart 2019. 

Bij een Brexit met een uittredingsakkoord: 

Tijdens de overgangsperiode blijven alle huidige EU-regels van kracht voor het VK. Als je een rijbewijs hebt dat in één van de EU-landen is afgegeven, wordt dit erkend in de hele EU. Als je over een rijbewijs beschikt van het VK dan kan je tot
31 december 2020 naar jouw gemeente gaan om jouw rijbewijs van het VK om te wisselen naar een Belgisch rijbewijs via een eenvoudige omwisselingsprocedure. 

Kan ik mijn Brits rijbewijs behouden én een Belgisch rijbewijs verkrijgen? 

Ja, zodra het Britse rijbewijs een niet-Europees rijbewijs wordt, en je wil je rijbewijs van het VK behouden, dan kan je een Belgisch rijbewijs verkrijgen nadat je het theorie- en praktijkexamen in België hebt afgelegd. 

Kunnen Britse toeristen in België met hun Brits rijbewijs rondrijden? 

Zolang het Britse rijbewijs wordt aanzien als een Europees rijbewijs, kan je in België rijden met je Brits rijbewijs. 

Zodra het Britse rijbewijs wordt aanzien als een niet-Europees rijbewijs en zolang je niet ingeschreven bent in België, kan je tijdens een zakenreis of vakantie in België, ofwel rijden met: je internationaal rijbewijs (conventie van Wenen en van Genève) 

je nationaal rijbewijs indien het conform is met één van deze modellen: https://mobilit.belgium.be/sites/default/files/downloads/hoofdstuk_33_-uk.pdf (PDF, 1.46 MB) 

Zodra je in België ingeschreven bent en houder bent van een Belgische identiteits- of verblijfskaart, moet je houder zijn van een Belgisch of een Europees rijbewijs 

Vragen?  Indien je hieromtrent nog vragen hebt, mag je deze steeds sturen naar buitenlandse.rijbewijzen@mobilit.fgov.be(link stuurt een e-mail).

 

Lees het volledige bericht

Wat te doen bij conflict met een reisorganisator?

Een hele tijd geleden boekte je een heen-en-terugvlucht, maar je verneemt nu dat de vlucht met vertraging zal vliegen of geannuleerd is. Wat moet je doen?

Ben je al op de luchthaven, ga dan naar de incheckbalie of naar de boarding gate en vraag de tekst waarin je rechten worden uiteengezet, met name die met betrekking tot compensatie en bijstand.

Controleer allereerst of er een vervangingsvlucht is voor de vertraagde of geannuleerde vlucht en of je hiervoor in aanmerking komt.
Is er geen vlucht beschikbaar, boek dan een andere vlucht en bewaar het ticket en betalingsbewijs.

Afhankelijk van het aantal uur vertraging of als de vlucht werd geannuleerd, heb je recht op bijstand ter plaatse. Hierover later meer.

Weer thuis meld je de schade aan je reisverzekeraar (als je zo’n verzekering hebt afgesloten) en doe je aangifte bij je rechtsbijstandsverzekeraar.

 

Welke procedure moet je volgen om een compensatie te krijgen van de reisorganisator?

Je kunt je rechtsbijstandsverzekeraar vragen compensatie te eisen van de reisorganisator of je kunt zelf een klacht indienen via het Europese formulier (EU261).

Om geldig een klacht te kunnen indienen, moet je de bewijsstukken van je schade bewaren. Dit zijn de vliegtickets van de vertraagde of geannuleerde vlucht en eventueel het ticket en betalingsbewijs van de vervangende vlucht.
Bewaar ook het bericht van de reisorganisator waarmee deze je informeerde dat je vlucht vertraagd of geannuleerd was. Heb je zo geen bericht ontvangen, maak dan eventueel een foto van het bord met de vluchtinformatie.

Naast de terugbetaling van de tickets, heb je volgens Verordening (EG) nr. 261/2004 van he Europees Parlement en van de Raad van 11 februari 2004, ook recht op een compensatie per passagier.

Om deze te bepalen, berekent u het aantal kilometer tussen de luchthaven van vertrek en de luchthaven van bestemming.
Het bedrag van de compensatie bedraagt 250 euro voor een vlucht van 1500 km of minder, 400 euro voor vluchten van meer dan 1500 km binnen de Europese Unie en voor andere vluchten tussen 1500 en 3500 km en 600 euro voor alle andere vluchten.

Deze compensatie kan worden verlaagd met 50 % als een andere vlucht werd aangeboden en afhankelijk van het aantal uren dat is verstreken na het geplande aankomstuur van de oorspronkelijke vlucht.

Naargelang van het aantal uur vertraging heb je ook recht op maaltijden en verfrissingen ter plaatse tijdens de wachttijd, hotelaccommodatie als noodzakelijk en vervoer tussen de luchthaven en de plaats van de accommodatie. Je hebt ook recht op twee gratis telefoongesprekken.

 

Wat te doen als de luchtvaartmaatschappij failliet ging of in vereffening is?

In dat geval hoef je je geen zorgen te maken. De reisorganisatoren zijn verplicht zich te verzekeren tegen insolventie (21 november 2017. – Wet betreffende de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten).

In geval van insolventie van een professioneel biedt de verzekeringsovereenkomst krachtens artikel 12 van het koninklijk besluit van 29 mei 2018 betreffende de bescherming tegen insolventie bij de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten de volgende dekking:
1° de voortzetting van de reis, indien dit mogelijk is;
2° de terugbetaling van de bedragen die de begunstigde reeds heeft voldaan bij het sluiten van de overeenkomst met de professioneel;
3° de terugbetaling van de bedragen van de reisdiensten die niet kunnen worden verstrekt als gevolg van de insolventie van de professioneel;
4° de repatriëring van de reizigers, wanneer de uitvoering van de overeenkomst met de professioneel reeds een aanvang heeft genomen en deze overeenkomst voorziet in het vervoer van de begunstigde, en indien nodig, de accommodatie in afwachting van de repatriëring.
§ 2. Bij een schadegeval bepaalt de verzekeraar de meest aangewezen tussenkomst ten gunste van de reiziger.

 

Wat te doen bij een staking of andere gevallen van overmacht ingeroepen door de maatschappij?

De overheid stelde eerder dat overmacht niet mag worden ingeroepen door luchtvaartmaatschappijen om hun verantwoordelijkheid te ontlopen en te weigeren een compensatie uit te keren aan de passagiers.

Er bestaan immers verschillen naargelang van de hoedanigheid van de initiatiefnemers van de staking.

Betreft het personeel van een bedrijf dat actief is op de luchthaven, dan kan de luchtvaartmaatschappij zich beroepen op overmacht.
Gaat de staking uit van het personeel van de luchtvaartmaatschappij zelf, dan is er geen sprake van overmacht. Staakt het personeel van de luchtvaartmaatschappij zonder aanzegging, dan is de staking geen geval van overmacht.

Het Hof van Justitie van de Europese Unie beschouwt een technisch probleem op zich niet als overmacht.

Er moet dus geval per geval worden nagegaan of de overmacht waarop de luchtvaartmaatschappij zich beroept, correct is en of er compensatie moet betaald worden.

 

Denk eraan dat dergelijke procedures lang duren en onzeker zijn omdat sommige maatschappijen er alles aan doen om passagiers geen of geen correcte compensatie te moeten betalen.

Luchtvaartmaatschappijen stellen dikwijls een forfaitaire compensatie voor. Afhankelijk van de omstandigheden is het aangewezen om deze te aanvaarden en niet voor een lange en onzekere procedure te kiezen.

 

Bron : Euromex

 

Lees het volledige bericht

Tips om waterschade te vermijden

Winterkou ligt vaak aan de basis van aanzienlijke schade veroorzaakt door water.

Met een beetje voorzichtigheid en regelmatig onderhoud kun je dit echter gemakkelijk vermijden. Hieronder enkele tips.

Vermijd insijpeling van regenwater in je woning

  • Kans op regen? Verlaat je woning nooit als er nog een raam openstaat, zeker geen dakraam. Zorg ervoor dat de gevels in goede staat zijn en laat scheuren herstellen om waterinsijpeling te voorkomen.
  • Check regelmatig de staat van je dak en zolder, vooral na hevige regenval of felle wind.
  • Controleer de goede staat van dakgoten, kroonlijsten en regenpijpen.
  • Verwijder regelmatig alle vuil uit de goten en zorg ervoor dat het onderste deel van de regenpijpen niet verstopt raakt.

Voorkom vorstschade

  • Laat waterleidingen die zijn blootgesteld aan vorst, in het bijzonder leidingen naar een waterkraan in een buitenmuur of tuin, leeglopen en isoleer ze. Denk ook aan wasmachines in onverwarmde ruimten.
  • Als een woning meerdere dagen niet bewoond is, kun je de waterinstallaties en centrale verwarmingssystemen laten leeglopen, tenzij je ervoor zorgt dat de temperatuur voldoende hoog is om bevriezing te voorkomen.
  • Houd er rekening mee dat als de omgevingstemperatuur te laag is, er paraffine kan ontstaan in de stookolieleidingen, waardoor de installatie stilvalt en de schade ernstiger wordt.
  • Voer een grondige controle uit zodra het begint te dooien en vergeet de onbewoonde ruimten van het gebouw niet.

Algemeen

  • Controleer regelmatig de staat van de waterleidingen zodat je een beginnend lek snel kan opsporen. Een ‘lekkende’ kraan zorgt voor 4 liter water per uur, dit is bijna 700 liter na een week!
  • Let op als het eerste water dat uit een kraan komt na een periode van niet-gebruik geel of bruinachtig is. Dit kan erop wijzen dat de binnenkant van de pijp aan het roesten is. Als je niets doet, zal de roestvorming uiteindelijk zorgen voor barsten in de leiding.
  • Check de waterdichtheid van de afdichtingen rond douches en baden zodat er geen water insijpelt als je ze gebruikt.
  • Kies bij voorkeur een wasmachine en vaatwasser die uitgerust zijn met een anti-overloopsysteem en zet ze niet op als je niet thuis bent.
  • Houd kinderen in de gaten want meestal spelen ze graag met water.
  • Maak er een gewoonte van om het water in je woning af te sluiten als je voor een paar dagen weggaat.

Wat je woningverzekering meestal niet dekt:

  • De herstelling van de toestellen die het schadegeval hebben veroorzaakt (kapotte wasmachine, verwarmingsinstallatie stuk door het vriesweer, …).
  • De herstelling van daken en terrassen langs waar het water is binnengesijpeld. In sommige gevallen de schade die te wijten is aan een gebrek aan onderhoud of preventie (bv. buitenverblijf achterlaten zonder bescherming tegen vorst).
  • De waarborgen kunnen verschillen van maatschappij tot maatschappij. Neem gerust contact met mij op als je wil weten wat jouw contract precies dekt.
  • Sommige verzekeringsmaatschappijen bieden ook een bijstand aan, genaamd ‘herstelling in natura’, die instaat voor dringende herstellingen.

Bron: www.abcverzekering.be

Lees het volledige bericht