Archief | Nieuwartikels


Fiscale aftrekbaarheid rechtsbijstandverzekering

De wet tot het toegankelijker maken van de rechtsbijstandverzekering is een feit.

Om de rechtspraak toegankelijk te houden, kondigde minister Koen Geens in zijn groot justitieplan een hervorming van de rechtsbijstandverzekering aan. Na een lange discussie keurde de Kamer van Volksvertegenwoordigers het wetsvoorstel goed.

Wat betekent de nieuwe wetgeving?

Fiscale aftrekbaarheid van de premie: wie de verzekering neemt, kan tot 310 EUR premie aftrekken van haar/zijn belastingen. Dit komt neer op een belastingvermindering tot 124 EUR.
Extra dekkingen: in ruil daarvoor dient de rechtsbijstandsverzekeraar zijn klanten te verzekeren tot minstens 13.000,00 EUR in burgerlijke zaken, 13.500,00 EUR in strafzaken en 6.750,00 EUR in bouwgeschillen en echtscheidingen. De vrije keuze van advocaat blijft gegarandeerd. Voor deze speciale rechtsbijstandverzekering wordt per rechtsprestatie een tarief bepaald. De advocaat krijgt voor elke zaak de keuze om zich daaraan te houden of niet.

De tarieven dienen nog te worden uitgeschreven bij koninklijk besluit. Het is nog onduidelijk wanneer dit zal gebeuren nu de verkiezingen voor de deur staan.
De wet treedt in werking op de eerste dag van de vierde maand die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Wellicht zal dit voor de late zomer of het najaar van 2019 zijn. Enkel de premies betaald nà de inwerkingtreding van de wet zijn fiscaal aftrekbaar.

 

Lees het volledige bericht

Wat te doen bij conflict met een reisorganisator?

Een hele tijd geleden boekte je een heen-en-terugvlucht, maar je verneemt nu dat de vlucht met vertraging zal vliegen of geannuleerd is. Wat moet je doen?

Ben je al op de luchthaven, ga dan naar de incheckbalie of naar de boarding gate en vraag de tekst waarin je rechten worden uiteengezet, met name die met betrekking tot compensatie en bijstand.

Controleer allereerst of er een vervangingsvlucht is voor de vertraagde of geannuleerde vlucht en of je hiervoor in aanmerking komt.
Is er geen vlucht beschikbaar, boek dan een andere vlucht en bewaar het ticket en betalingsbewijs.

Afhankelijk van het aantal uur vertraging of als de vlucht werd geannuleerd, heb je recht op bijstand ter plaatse. Hierover later meer.

Weer thuis meld je de schade aan je reisverzekeraar (als je zo’n verzekering hebt afgesloten) en doe je aangifte bij je rechtsbijstandsverzekeraar.

 

Welke procedure moet je volgen om een compensatie te krijgen van de reisorganisator?

Je kunt je rechtsbijstandsverzekeraar vragen compensatie te eisen van de reisorganisator of je kunt zelf een klacht indienen via het Europese formulier (EU261).

Om geldig een klacht te kunnen indienen, moet je de bewijsstukken van je schade bewaren. Dit zijn de vliegtickets van de vertraagde of geannuleerde vlucht en eventueel het ticket en betalingsbewijs van de vervangende vlucht.
Bewaar ook het bericht van de reisorganisator waarmee deze je informeerde dat je vlucht vertraagd of geannuleerd was. Heb je zo geen bericht ontvangen, maak dan eventueel een foto van het bord met de vluchtinformatie.

Naast de terugbetaling van de tickets, heb je volgens Verordening (EG) nr. 261/2004 van he Europees Parlement en van de Raad van 11 februari 2004, ook recht op een compensatie per passagier.

Om deze te bepalen, berekent u het aantal kilometer tussen de luchthaven van vertrek en de luchthaven van bestemming.
Het bedrag van de compensatie bedraagt 250 euro voor een vlucht van 1500 km of minder, 400 euro voor vluchten van meer dan 1500 km binnen de Europese Unie en voor andere vluchten tussen 1500 en 3500 km en 600 euro voor alle andere vluchten.

Deze compensatie kan worden verlaagd met 50 % als een andere vlucht werd aangeboden en afhankelijk van het aantal uren dat is verstreken na het geplande aankomstuur van de oorspronkelijke vlucht.

Naargelang van het aantal uur vertraging heb je ook recht op maaltijden en verfrissingen ter plaatse tijdens de wachttijd, hotelaccommodatie als noodzakelijk en vervoer tussen de luchthaven en de plaats van de accommodatie. Je hebt ook recht op twee gratis telefoongesprekken.

 

Wat te doen als de luchtvaartmaatschappij failliet ging of in vereffening is?

In dat geval hoef je je geen zorgen te maken. De reisorganisatoren zijn verplicht zich te verzekeren tegen insolventie (21 november 2017. – Wet betreffende de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten).

In geval van insolventie van een professioneel biedt de verzekeringsovereenkomst krachtens artikel 12 van het koninklijk besluit van 29 mei 2018 betreffende de bescherming tegen insolventie bij de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten de volgende dekking:
1° de voortzetting van de reis, indien dit mogelijk is;
2° de terugbetaling van de bedragen die de begunstigde reeds heeft voldaan bij het sluiten van de overeenkomst met de professioneel;
3° de terugbetaling van de bedragen van de reisdiensten die niet kunnen worden verstrekt als gevolg van de insolventie van de professioneel;
4° de repatriëring van de reizigers, wanneer de uitvoering van de overeenkomst met de professioneel reeds een aanvang heeft genomen en deze overeenkomst voorziet in het vervoer van de begunstigde, en indien nodig, de accommodatie in afwachting van de repatriëring.
§ 2. Bij een schadegeval bepaalt de verzekeraar de meest aangewezen tussenkomst ten gunste van de reiziger.

 

Wat te doen bij een staking of andere gevallen van overmacht ingeroepen door de maatschappij?

De overheid stelde eerder dat overmacht niet mag worden ingeroepen door luchtvaartmaatschappijen om hun verantwoordelijkheid te ontlopen en te weigeren een compensatie uit te keren aan de passagiers.

Er bestaan immers verschillen naargelang van de hoedanigheid van de initiatiefnemers van de staking.

Betreft het personeel van een bedrijf dat actief is op de luchthaven, dan kan de luchtvaartmaatschappij zich beroepen op overmacht.
Gaat de staking uit van het personeel van de luchtvaartmaatschappij zelf, dan is er geen sprake van overmacht. Staakt het personeel van de luchtvaartmaatschappij zonder aanzegging, dan is de staking geen geval van overmacht.

Het Hof van Justitie van de Europese Unie beschouwt een technisch probleem op zich niet als overmacht.

Er moet dus geval per geval worden nagegaan of de overmacht waarop de luchtvaartmaatschappij zich beroept, correct is en of er compensatie moet betaald worden.

 

Denk eraan dat dergelijke procedures lang duren en onzeker zijn omdat sommige maatschappijen er alles aan doen om passagiers geen of geen correcte compensatie te moeten betalen.

Luchtvaartmaatschappijen stellen dikwijls een forfaitaire compensatie voor. Afhankelijk van de omstandigheden is het aangewezen om deze te aanvaarden en niet voor een lange en onzekere procedure te kiezen.

 

Bron : Euromex

 

Lees het volledige bericht

Checklist: Op kot

Een kot huren betekent ook een nieuw risico. Moet je daarvoor een speciale verzekering aangaan?
Assuralia, de beroepsvereniging van verzekeringsondernemingen, geeft enkele tips in een pas verschenen checklist.

Het begin van het academiejaar valt voor veel studenten samen met een verhuis op kot. Dat brengt voor de huurder bijkomende verantwoordelijkheden en risico’s mee. Om misverstanden of narigheden te voorkomen, heeft Assuralia een checklist opgesteld over « op kot gaan ».

Voor wie op kot gaat maakt het een fundamenteel verschil uit naargelang hij al dan niet nog bij zijn ouders inwoont. De brandverzekering van de ouders dekt immers ook de kamer die een kind betrekt ten behoeve van zijn studies. In dit geval is het dan ook belangrijk om na te gaan hoe het brandverzekeringscontract het begrip « studies » omschrijft. Zolang hij bij zijn ouders inwoont, kan de jongere eveneens op de dekking van hun aansprakelijkheidsverzekering privéleven (« familiale ») rekenen.

Indien een student niet meer bij zijn ouders inwoont en beslist heeft om zich elders te domiciliëren, met name in de studentenkamer die hij huurt, moet hij voor zijn eigen verzekeringen instaan. Zo hoort hij zoals gelijk welke huurder een verzekering af te sluiten voor zijn huurdersaansprakelijkheid. Als huurder kan een kotstudent immers schade veroorzaken vanuit zijn kamer: op elke huurder rust een zwaar wettelijk vermoeden van aansprakelijkheid in geval van brand. Een clausule “afstand van verhaal” in de brandverzekering van de eigenaar kan hierbij eveneens soelaas bieden. In beide gevallen en ongeacht de oorzaak van de brand of andere gevaren, komen die verzekeringen nooit tussen voor de schade aan de inboedel van de student: deze moet zich daarvoor zelf een verzekering afsluiten. Zodra hij niet meer bij zijn ouders inwoont, is de student ook niet meer verzekerd door hun familiale verzekering. Hij moet dan zelf één sluiten voor het geval dat hij aansprakelijk is voor schade aan derden in het kader van zijn privéleven.”

Checklist

  1. De risico’s van het studentenleven
    Het studentenleven: dat is veel uren studerend doorbrengen, maar ook van tijd tot tijd het fuifbeest in je loslaten. Wie eraan deelneemt, neemt ook nieuwe risico’s. Zo zal je op je “kot” allicht regelmatig bezoekers ontvangen of kan het gebeuren dat je bij het buitengaan een kooktoestel vergeet uit te zetten of een kraan laat openstaan. Of je vergeet de verwarming aan te zetten wanneer je er niet bent tijdens een periode van vrieskou. Wie zal de schade vergoeden?
  2. Huurdersaansprakelijkheid
    De eigenaar of het huurcontract dat hij je overhandigt kan al een aantal aanwijzingen geven wat betreft verzekeringen. Weet dat je als huurder het gehuurde gebouw altijd moet teruggeven in de staat waarin je het ontvangen hebt. Dat is de huurdersaansprakelijkheid.
    Artikel 1732 van het burgerlijk wetboek stelt je aansprakelijk voor de beschadigingen of de verliezen die gedurende de huurtijd ontstaan zijn. Daarnaast bepaalt artikel 1733 van het burgerlijk wetboek dat de huurder aansprakelijk is in geval van brand, tenzij hij bewijst dat de brand ontstaan is buiten zijn schuld. Aan jou om dit risico te verzekeren, tenzij de eigenaar in zijn eigen verzekering een clausule tot afstand van verhaal heeft opgenomen. Dat betekent dat de verzekeraar van de eigenaar zich niet meer tegen de huurder zal kunnen keren om het bedrag van de schade te recupereren nadat hij de eigenaar schadeloos gesteld heeft voor een schade gedekt door de brandverzekering.
  3. Aansprakelijkheid ten aanzien van derden
    Als huurder ben je tevens aansprakelijk voor de schade die je veroorzaakt aan derden: indien een door je persoonlijke goederen of door je fout veroorzaakte brand overslaat naar de woning van je buur, dan ben je aansprakelijk en kan de buur of zijn verzekeraar zich tegen je keren om het bedrag van de geleden schade te recupereren. De brandverzekering van de huurder kan dit derdenverhaal dekken. Een specifieke verzekering?
    Heb je voor de huur van een studentenkamer een specifieke verzekering nodig?  Neen, aangezien de meeste brandverzekeringen van de ouders een uitbreiding van de dekking omvatten naar “kamers gehuurd ten behoeve van de studies van de kinderen”. Die uitbreiding dekt de huurdersaansprakelijkheid (en het derdenverhaal, maar best toch even checken!) en, naargelang van het geval, de inhoud (de meubelen). Let wel, die eventuele uitbreiding geldt alleen als je nog gedomicilieerd bent bij je ouders. Kijk ook na of de brandverzekering van je ouders effectief in die uitbreiding voorziet. Dit is immers niet verplicht.
    Het spreekt voor zich dat die uitbreiding uitsluitend voor jezelf geldt en niet voor eventuele medehuurders of onderhuurders. Wees dus voorzichtig met medeverhuring en maak dat iedere medehuurder gedekt is.
    Als die uitbreiding van de dekking niet opgenomen is in de brandverzekering van je ouders, dan moet je een brandverzekering sluiten die je huurdersaansprakelijkheid dekt en de schade van je inhoud in een afzonderlijke polis. Vaak zal de eigenaar het bewijs vragen dat er dekking is.
  4. De beperkingen van studies
    Wanneer er sprake is van een uitbreiding van dekking naar het gehuurde goed wegens studieredenen, lees dan ook goed na hoe de verzekeraar deze begrippen definieert. Vallen beroepsstages bijvoorbeeld ook onder “studies”? Zijn er beperkingen wat betreft de oppervlakte of zijn er geografische beperkingen? Check ook welke gevaren gedekt zijn. Zo zijn diefstal en vandalisme geen dekkingen in een basiswoningverzekering. Je kan voor die risico’s een uitbreiding van dekking vragen, mits betaling van een bijkomende premie.
  5. Het belang van de woonplaats
    Zolang je gedomicilieerd bent bij je ouders en zelfs als je meerderjarig bent, kan je rekenen op hun woningverzekering, zoals hierboven uiteengezet, maar ook op hun burgerrechtelijke verzekering privéleven (de “familiale”) voor schade die je zou teweegbrengen bij derden binnen je privéleven.
  6. Ik ben niet meer gedomicilieerd bij mijn ouders
    Vanaf het ogenblik dat je niet meer gedomicilieerd bent bij je ouders, stopt de dekking via hun brandverzekering en hun familiale verzekering. Je moet dan een woningverzekering sluiten voor je “kot” die de huurdersaansprakelijkheid dekt (behalve wanneer de eigenaar in zijn eigen brandverzekering een clausule tot afstand van verhaal heeft opgenomen) en – als je dit wenst – je inboedel, zoals elke andere huurder dat moet doen. In dezelfde lijn moet je dan ook voor je zelf uitmaken of je een eigen verzekering BA-privéleven wenst te sluiten (de “familiale”). Zo kan je perikelen vermijden waarbij je in heel wat situaties aansprakelijk zou kunnen gesteld worden: bijvoorbeeld als verstrooide voetganger of fietser, als eigenaar van een bak bier die op de rand van het vensterraam van het kot staat of gewoonweg omdat je een stommiteit uithaalt tijdens een avondje uit met vrienden.
    Zolang je bij je ouders gedomicilieerd bent, kan je in de meeste gevallen terugvallen op de uitbreiding van hun woningverzekering. Anders moet je een woningverzekering sluiten voor je kot die niet alleen je huurdersaansprakelijkheid dekt, maar ook de inboedel (meubelen, IT-materiaal, boeken, huishoudtoestellen…) tegen alle gevaren, zoals brand, ontploffing en waterschade
  7. Huurwaarborg
    Heel wat eigenaars krijgen te maken met huurders die de huur niet betalen, de huurovereenkomst eenzijdig opzeggen zonder betaling van schadevergoeding of met waterschade. Er bestaan formules die het mogelijk maken om een huurwaarborg samen te stellen en het kan zijn dat de eigenaar je voorstelt om een verzekering te sluiten waarbij een bedrag geblokkeerd wordt om dergelijke situaties te dekken. Dit is de zogenaamde “levensverzekering van tak 26”, dat eigenlijk een kapitalisatieproduct is.
  8. Wie zal me helpen bij een schadegeval?
    In geval van schade kan je rekenen op de hulp van de verzekeraar die je dekking biedt en van je makelaar. Een rechtsbijstandsverzekering is een extra element dat te overwegen valt, zeker in de wetenschap dat je een schadegeval kan ondergaan zonder er de oorzaak van te zijn.

Bron : Assuralia

Lees het volledige bericht

Hoe voorkom ik een klacht wegens vluchtmisdrijf?

Artikel 33, § 1 van de Wegverkeerswet bepaalt wat met vluchtmisdrijf wordt bedoeld en op welke manier het wordt bestraft : “Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en met geldboete van 200 euro tot 2.000 euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft: 1° elke bestuurder van een voertuig of van een dier die, wetend dat dit voertuig of dit dier oorzaak van, dan wel aanleiding tot een ongeval op een openbare plaats is geweest, 2° hij die wetend dat hij zelf oorzaak van, dan wel aanleiding tot een verkeersongeval op een openbare plaats is geweest,…de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, zelfs wanneer het ongeval niet aan zijn schuld te wijten is.”

Met andere woorden : er is sprake van vluchtmisdrijf wanneer je weet dat je de oorzaak of de aanleiding bent geweest van een ongeval en je opzettelijk wegvlucht om iets te verbergen.

In de eerste plaats moet je op een openbare plaats een verkeersongeval hebben veroorzaakt of ertoe aanleiding zijn geweest. Er moet geen aanrijding hebben plaatsgevonden. Het is ook niet vereist dat de aanrijding of het ongeval jouw schuld was. Ook als je niet de persoon bent die in het gebeuren betrokken was (maar wel wegreed met het voertuig om je te onttrekken aan de dienstige vaststellingen) maak je je schuldig aan vluchtmisdrijf.

Verder is een aanrijding of ongeval vereist. Het is niet vereist dat er gewonden zijn of er überhaupt schade is. Wanneer je wegrijdt nadat je een geparkeerd voertuig of een slagboom aanrijdt zonder dat hieraan schade vast te stellen is, bega je vluchtmisdrijf. Het voertuig moet ook niet in beweging zijn geweest. Je kan ook vluchtmisdrijf plegen wanneer je geen bestuurder bent (geen voertuig of dier bestuurt). Dus ook als voetganger, fietser, per skateboard/skates, passagier,… kan je vluchtmisdrijf plegen wanneer je de vlucht neemt om je aan de dienstige vaststellingen te onttrekken. Een passagier kan bijvoorbeeld ook het stuur van een (gewonde) bestuurder (die oorzaak was van het ongeval) overnemen om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken. Dan is de passagier bestuurder in de zin van art. 33, §1, 1° Wegverkeerswet. Het is ook in het kader van art. 33, §1, 2° Wegverkeerswet mogelijk dat een passagier het stuur manipuleert, waardoor de bestuurder de controle verliest en er een ongeval gebeurt. Als de passagier dan wegvlucht, pleegt hij vluchtmisdrijf.

Belangrijk is dat het bij vluchtmisdrijf gaat over een opzettelijk wegvluchten. Je moet dus de intentie hebben om je te onttrekken aan de dienstige vaststellingen. Hiervoor is uiteraard vereist dat je weet dat er een aanrijding of ongeval is geweest waarbij je betrokken was. Vanzelfsprekend zullen de meeste discussies, als je je moet verantwoorden voor de strafrechter, gaan over dit intentioneel element.

Ten laatste moet het ook duidelijk zijn dat je je verwijderde van de plaats van het gebeuren om je aan de dienstige vaststellingen te onttrekken. Dit laatste heeft betrekking op de zaken die nodig zijn om de verantwoordelijkheid voor het gebeurde verkeersongeval te kunnen bepalen. Dit kan echter ook betrekking hebben op vaststellingen betreffende onder meer dronkenschap, alcoholintoxicatie, rijden zonder verzekering of rijbewijs.

En wat als je je gegevens achterlaat? Wat als je je naamkaartje, telefoonnummer of nummerplaat ter plaatse achterlaat? Of wat als je nadien terugkeert om je gegevens mee te delen?

Zelfs in dat geval pleeg je vluchtmisdrijf. Vluchtmisdrijf is immers een onmiddellijk aflopend misdrijf. Wat je ná het begaan van het misdrijf nog doet of nalaat, heeft geen invloed meer op het misdrijf: ook wanneer je terugkeert en/of je meldt bij de politiediensten, heb je je schuldig gemaakt aan vluchtmisdrijf. De voorwaarde van “de intentie hebben om aan de vaststellingen te ontsnappen” wordt door de rechtspraak ruim ingevuld. Het is voldoende dat je handelt om je te onttrekken aan de vaststellingen, zelfs zonder dat er sprake is van het opzet om te ontsnappen aan vervolging.

Boodschap blijft dus: ter plaatse blijven zodat alle nodige vaststellingen kunnen plaatsvinden.

Belangrijk bij vluchtmisdrijf is dat je “weet” of zou moeten weten dat je bij een ongeval betrokken was maar je vrijwillig bent vertrokken (om aan de gevolgen te ontsnappen.) Op dit punt verschilt het vluchtmisdrijf van de inbreuk ‘niet ter plaatse blijven’.

Wat is het verschil met “niet ter plaatse blijven”?

De inbreuk “niet ter plaatse blijven” spruit voort uit art. 52 van de Wegcode waarin de verplichtingen van de partijen, die betrokken zijn in een ongeval, zijn opgenomen. Hier moeten vaststellingen gebeuren, dan wel gezamenlijk (bij blikschade), dan wel door een bevoegd persoon (onenigheid bij blikschade en altijd bij een ongeval met gewonden). Bij blikschade, moet je, wanneer de tussenkomst van politiediensten nodig was en deze niet binnen een redelijke termijn kunnen bereikt worden, zodra mogelijk aangifte doen van het ongeval. Ook bij letselschade moet je, wanneer de politiediensten niet binnen een redelijke termijn bereikt kunnen worden, aangifte doen, en wel binnen 24 uren.

Het onderscheid tussen vluchtmisdrijf en niet ter plaatse blijven, situeert zich op het punt van de intentie. Als je niet de intentie had om je aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, heb je je mogelijk schuldig gemaakt aan het misdrijf van ‘niet ter plaatse blijven’. Het is dus, gelet op de meer gunstige strafmaat bij het misdrijf ‘niet ter plaatse blijven’, taak om de strafrechter te overtuigen dat je enkel niet ter plaatse bleef maar zeker niet de intentie had om je aan de dienstige vaststellingen te onttrekken.

De strafrechter zal dan in concreto beoordelen of er sprake is van een vluchtmisdrijf dan wel dat je niet ter plaatse bent gebleven, inbreuk die veel minder streng bestraft wordt dan vluchtmisdrijf. Het ‘niet ter plaatse blijven’ is immers een overtreding van eerste graad : de wet voorziet voor dergelijke overtredingen geen rijverbod, maar enkel een geldboete van 80,00 euro tot 2.000,00 euro. Bij een vluchtmisdrijf is de minimumboete algauw 1200 EUR !

 In de polissen bij Euromex of DAS onderschreven zijn alle juridische conflicten die te maken hebben met het bezit, de eigendom en het gebruik van de verzekerde motorrijtuigen verzekerd. Ook als verkeersdeelnemer ben je voor alle juridische conflictsituaties als je deelneemt aan het verkeer als voetganger, fietser of passagier van elk vervoersmiddel verzekerd wanneer de waarborg ‘verkeer’ werd onderschreven.

Zowel voor vluchtmisdrijf als voor het niet ter plaatse blijven, is er dekking voor de bijstand door een raadsman.

Dit geldt niet voor de (soms hoge) boetes. Je doet er alleszins goed aan om geduldig ter plaatse te blijven en de dienstige vaststellingen te laten plaatsvinden!

Bron : Euromex nv

Lees het volledige bericht